Kerkproeverij

Zondag 10 september is in heel Nederland een “Kerkproeverij”.  De bedoeling is dat kerkleden-kerkgangers in hun omgeving iemand zoeken om die zondag mee te nemen naar de kerk. Een buur, een kennis, een vriend die niet (meer) naar de kerk gaat. In de hoop dat de ander er inspiratie opdoet. Wie weet smaakt het naar meer! Juist door de actie “Kerkproeverij” besef ik weer dat we in Almere Poort een eigen plek toch wel missen.

Natuurlijk kunnen we op 10 september ook mensen uitnodigen om in ons kerkcafé te komen “proeven”. Maar ik heb toch het gevoel dat ze dan wat missen. Ik vertrouw erop dat mensen het menu dat in de Schone Poort wordt voorgezet, zullen waarderen, maar ik denk dat een “echt” kerkgebouw iets extra’s geeft. Net zoals wanneer je ergens uit eten gaat: de kok kan nog zo z’n best hebben gedaan, maar als de eetgelegenheid de sfeer ademt van een bedrijfskantine, zul je niet gauw besluiten om nog eens terug te komen.

Als protestanten hebben we daar vaak weinig oog voor. Toch weten we het wel. Mensen die anders nooit naar de kerk gaan, lopen in hun vakantie zo maar een kerk binnen. Ze kunnen daarvoor allerlei redenen hebben. Omdat het lekker koel is binnen. Omdat er prachtige dingen te zien zijn. Het zal lang niet altijd vroom zijn. Maar er komen ook mensen om een kaarsje te branden, om te bidden, om even stil te zijn. Want kerken worden “huis van God” genoemd en daarom komen er ook mensen binnenlopen die verlangen om Hem daar ontmoeten. Dat kan zijn in een schitterende middeleeuwse kathedraal of een eenvoudig dorpskerkje of zo maar een kapelletje bij een splitsing van wegen. Het is moeilijk te omschrijven wat kerk tot “kerk” maakt, het is een kwestie van “proeven”. En het wil echt niet zeggen dat een kerk eeuwenoud moet zijn, ook een modern gebouw kan de sfeer ademen van een huis van gebed.

In de Schone Poort kwamen we in het begin gewoon in de huiskamer bij elkaar. Gezellig rond de tafel, dat had best wel wat.  Maar we ontdekten dat de voordeur voor veel mensen een hoge drempel heeft. Daarom waren we blij met de “Kerk op Wielen”. Daarmee kun je echt kerk in de buurt zijn. Maar ook de omgebouwde SRV-wagen heeft z’n nadelen. In de winter is het er te koud, er kunnen maximaal vijftien mensen een plek vinden en er moet een vergunning zijn om hem ergens te parkeren. Vandaar dat we zijn uitgeweken naar de Sterrenschool. Ruimte genoeg en laagdrempelig. Maar we missen er de gezelligheid van de huiskamer. En we hebben het gevoel dat we in de Sterrenschool een beetje schuilgaan. Want met “de Kerk op Wielen” zijn we duidelijk herkenbaar aanwezig in Poort.

Toch hebben we nooit serieus over de bouw van een kerk nagedacht. De gedachte daaraan werd aldoor weggewimpeld met het simpele argument: er is geen geld. Want onbewust hadden we bij kerk toch altijd het vertrouwde beeld van een duur stenen gebouw met een toren. Als pioniers hebben we het vaak over “out of the box” denken: ga niet uit van het vanzelfsprekende en het oude vertrouwde. Wil je de mensen buiten de kerk bereiken, dan moet je nieuwe wegen inslaan. We moeten eerlijk bekennen: bij het denken aan een eigen plek hadden we nog niet echt “out of the box” gedacht.

Er waren anderen. Dat begon in 2016: De “kerk op wielen” werd geleend voor de eerste vergadering van de projectgroep die de “Bouw-Expo Tiny Housing” voorbereidde, want dat leek de projectmanager een passende omgeving voor zo’n gebeuren. Hij zag dus een link tussen de Kerk op Wielen en de Tiny Houses, maar voor mij is het kwartje toen nog niet gevallen. Ik vond het alleen een mooie uitdaging toen gezegd werd “Het zou leuk zijn als jij als niet-bouwkundige ook een ontwerp zou insturen”. Dat heb ik gedaan, Eerlijk gezegd was ik best trots op de maquette die ik maakte, maar ik had niet echt het idee dat mijn ontwerp ooit werkelijkheid zou worden. We hebben een heel leuk huis in Poort, dus wat moet ik met een tiny house? Maar – en ik weet niet wie het eerste op het idee kwam –  op een gegeven ogenblik zei iemand “Dat zou een leuke Tiny Church kunnen zijn”. Toen pas viel het kwartje. Het Tiny Housing-programma opende een prachtige mogelijkheid om in Almere Poort een unieke kleine kapel te bouwen. In de vorige Spirit schreef ik al dat wethouder Tjeerd Herrema heeft toegezegd dat we de Tiny Church mogen bouwen als we het financieel en technisch rond kunnen krijgen.

Ik verbaas me telkens weer erover hoe wonderlijk humoristisch Gods wegen voor mij zijn. Dat begon al toen ik theologie ging studeren. Als toen iemand had gezegd dat ik daarmee dominee moest worden, was ik er nooit aan begonnen. Als iemand mij had geroepen om in Almere Poort een pioniersplek te starten, was ik naar alle waarschijnlijkheid net als Jona heel ergens anders naar toegegaan. Maar toen ons huis in Poort klaar was en de vraag kwam “Hoe moet dat nu met de kerk in Poort?”, was er geen ontkomen aan. Als iemand had gezegd “Je moet bouwpastor worden”, had ik hem vierkant uitgelachen. “Wat een onzin!”. Maar via de omweg van het Tiny House komt er toch een kleine kapel.

En achteraf geloof ik dat het goed is dat die er komt. En hij wordt zoals ik vind dat een kerk moet zijn: uitnodigend en nieuwsgierig makend. Met een open deur waardoor mensen aarzelend, maar benieuwd naar wat hen te wachten staat, naar binnen gaan. Dat hoeft niet altijd vroom te zijn. Het mag ook omdat het een bijzonder gebouw is (en dat wordt het zeker door de aparte techniek die het met de zon mee doet draaien). Maar er zullen er ook mensen die, nieuwsgierig geworden,  binnengaan en ontdekken dat het echt een “huis van God”. Een plek waar ze een kaarsje kunnen branden, stil mogen worden om te bidden, God mogen ontmoeten.  Want dat is toch wel waar het bij Kerkproeverij ten diepste om gaat: “Proef, en geniet de goedheid van de HEER,  gelukkig de mens die bij hem schuilt”. (Psalm 34:8)

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *